Hallo Laura! Wat is het probleem dat jullie hebben gesignaleerd en hoe willen jullie dit aanpakken?

Het voorstel gaat zowel over laaggeletterden als over mensen die moeite hebben met cijfers. Taal is één van de belangrijkste basisvoorwaardes om mee te kunnen doen in de samenleving. Zo’n negen procent van de inwoners van Zeist, ongeveer 4.300 mensen, heeft echter moeite met lezen en schrijven. Dat heeft natuurlijk veel consequenties, voor bijvoorbeeld het vinden en behouden van werk. Ook beïnvloedt het de gezondheid, omdat ze geen bijsluiters kunnen lezen, bijvoorbeeld. Maar ook met het openbaar vervoer reizen, is lastiger. Wanneer mensen hierbij kunnen worden geholpen, kunnen ze weer gemakkelijker participeren. Daar gaat mijn GroenLinks-hart natuurlijk ook sneller van kloppen!

We hebben in Zeist nu al taalonderwijs. Er zijn al best veel organisaties en vrijwilligers met volwassenonderwijs en taaleducatie bezig, daar mogen we zeker van onder de indruk zijn! Maar de Raad en de samenleving wilden dit graag verbeteren. In het plan Taalaanpak wordt een aantal verbeteringen beschreven, onder andere het toewerken naar meer samenhang. Dit houdt in dat er een netwerk van organisaties en personen ontstaat. Ook willen we meer professionals inzetten, daar waar dat nodig is. Statushouders die analfabeet zijn en nooit school hebben gehad, moeten zowel leren lezen en schrijven als een nieuwe taal leren. Zij krijgen daarbij in de huidige situatie ondersteuning van een vrijwilliger, terwijl een hoogopgeleide vluchteling professionele begeleiding krijgt. Dat zou je eigenlijk moeten omdraaien. Zo ontstaat er meer aansluiting op de praktijk. Ook kun je ouders meenemen in het traject van hun kind, dat kan de motivatie verhogen.

Om dit plan te realiseren, willen we de benodigde expertise graag binnen de gemeente opbouwen. Dus hebben we extra financiële middelen nodig om zelf deskundig te worden. Dat vraagt om een investering van twee jaar vijftig duizend euro. Over twee jaar denken we deze deskundigheid voldoende zelf te bezitten. We willen indien mogelijk ook het taalaanbod gezamenlijk inkopen, met Utrecht en andere nabije gemeentes.

Verder is het raadsvoorstel opgedeeld in vier thema’s: ontwikkeling, geld, werk en gezondheid. Dat zijn ook de thema’s waar de meeste winst te behalen valt. Mensen die moeite hebben met lezen en schrijven, hebben vaak ook geldproblemen. Het vinden en behouden van werk, is met een taalachterstand namelijk niet gemakkelijk. Ook zie je dat deze mensen extra risico hebben op gezondheidsklachten.

Klinkt als een heel mooi plan! Je spreekt over ouders meenemen in het traject. Bedoel je dan bijvoorbeeld ook dat ouders hun kind kunnen voorlezen?

Ja, als je daarin investeert, worden zowel de ouder als het kind geholpen. Vaak zie je dat als ouders laaggeschoold zijn, dit ertoe leidt dat kinderen niet het niveau halen dat ze zouden kunnen behalen. Als je daar extra in investeert, heeft dit een preventieve werking.

Heeft die taalachterstand ook sociale consequenties? Ik kan me voorstellen dat je dan ook moeilijker een berichtje kunt sturen naar vrienden of familie.

Dat ook. Veel mensen die laaggeletterd zijn, verbergen dit voor hun omgeving omdat ze zich schamen. Dat is ook één van de redenen waarom er een samenhangende aanpak moet komen: zodat de medewerkers van de sociale dienst mensen herkennen die moeite hebben met lezen en schrijven. Hierbij speelt natuurlijk ook mee dat laaggeletterden vaak afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering. Als je moeite hebt om rond te komen, heeft dat ook sociale consequenties, omdat je dan niet overal aan deel kunt nemen.

Je had het net al even over de professionalisering, kun je daar nog iets meer over vertellen?

Ja, we willen dat al het taalaanbod wordt georganiseerd door een professionele taalaanbieder, die vanuit deskundigheid allerlei programma’s gaat opzetten. Daar willen we dan de vrijwilligers aan koppelen, zodat zij ook meer worden ondersteund.

Is dit een hele nieuwe aanpak? Of heb je gekeken naar andere gemeentes?

Deze taalaanpak geïnspireerd door de taalaanpak in Rotterdam. Met wethouder Bokhove zat ik samen in de wethoudertraining voor GroenLinks. Destijds wilden wij beide al graag als wethouder het verschil maken op taalaanpak en zij is nu ook wethouder taal geworden. Ze noemen het daar de Taalspiraal. Daarin worden nu al tienduizend mensen begeleid.

Hoe willen jullie die 4.300 personen, waarover het naar schatting gaat, bereiken?

Heel gericht in samenwerking met de organisaties die er zicht op hebben. Zo heeft de GGD zicht op de kinderen in de voorschoolse educatie die nu al achter lopen in taalontwikkeling en daarom extra taalonderwijs krijgen. Via deze kinderen kunnen wij hun ouders bereiken en ondersteunen in het leren van de taal. Door oefeningen aan te bieden die ouders samen met hun kind kunnen doen, kunnen de ouders ook hun woordenschat vergroten. We willen de maatschappelijke organisaties ook helpen om laaggeletterdheid en moeite met cijfers beter en eerder te herkennen.

Je wilt dus heel veel maatwerk bieden?

Deels, in sommige gevallen kun je met grotere groepen werken, in andere gevallen is maatwerk vereist. Soms helpt het al als je iemand leert om digitale formulieren in te vullen.

Hoe gaat het nu verder met het plan?

Op 15 september is het plan door de raad aangenomen. Bij de behandeling van de begroting wordt er nog gesproken over extra middelen. We gaan het plan sowieso uitvoeren, maar met extra financiële middelen en de inzet van externe deskundigheid, kunnen we voortvarender beginnen. We hebben nu de doelstelling om duizend mensen met een taalachterstand succesvol te begeleiden. Uiteindelijk moeten we dat terug kunnen zien in het aantal bijstandsuitkeringen en in kinderen die op school goed mee kunnen komen.

Hoe belangrijk is het emotionele effect van dit plan?

Ja, we doen het om mensen blij en gelukkig te maken. Het zou supermooi zijn als ik over een jaar een aantal mensen aan kan wijzen die het traject succesvol hebben doorlopen en enthousiast vertellen wat dit voor hen betekent. Dat zou mij ook erg blij maken!